In de krant van 1 en 6 maart jl. ontspint zich een belangwekkende, maar lastig te doorgronden discussie tussen twee topbestuurders van PvdA-huize:
de heren Kuijken, voorzitter van de Secretarissen Generaal (SG) en in ’t Veld, voormalig staatssecretaris en lector aan het huis van de Democratie in Dordrecht. Het komt erop neer dat in ‘t Veld betoogt dat het decimeren van het aantal externe adviseurs van het Rijk geen efficiencywinst oplevert en dat dit dus een schijnargument is, maar dat het vooral grote politiek-strategisch voordelen met zich meebrengt. Het weerwoord van Kuijken is dat het Rijk met een vernieuwingsslag bezig is die tot een betere, integraler werkende rijksdienst moet leiden (beter beleid met minder ambtenaren) met als logisch pendant: en met behulp van betere adviezen door minder adviseurs. De repliek is briljant, wat kan in ‘t Veld daar nog op zeggen?
Het gaat hier om een cruciale kwestie. De verdeling van kennis (macht) tussen politici (leden Tweede Kamer) en ambtenarij is erg scheef. Politici staan maar gedurende een relatief korte periode op de bühne, de ambtenarij doorstaat alle politieke wisselingen van de wacht. Daarbij komt dat de ambtenarij qua kennis (van inhoud, belangen, draagvlak, in beleidsjuridische zin, financieel etc.) volstrekt superieur is aan de gekozen volksvertegenwoordiging en de uit haar midden benoemde bestuurders. Het drastisch verminderen van onafhankelijk, extern advies, maakt deze asymmetrie van de verdeling van kennis en macht alleen maar groter. De externe adviseur is immers een potentiële bondgenoot voor de controlerende macht, die in zo’n zwakke positie ten opzichte van het Rijk verkeert.
Er is ook geen enkele reden om op voorhand gerust te zijn in de uitkomsten van het vernieuwingsproces dat door Kuijken wordt aangestuurd. Het klinkt mooi: het Rijk ontkokerd en gaat met minder ambtenaren beter presteren. Maar de kans is groot dat, als het in percentages zou kunnen worden uitgedrukt, dat dan 5% beter presteren met 5% minder ambtenaren oplevert. Echt ontkokerd wordt er hoogst waarschijnlijk niet, dat kan ook niet van de bureaucratie worden verwacht die met 16 ministers en 11 staatssecretarissen ouderwets bestuurlijk verkokerd is geborgd. Verdeel (verkoker) en heers. Reductie van het aantal externe adviseurs maakt de vrijwel onaantastbare positie van de uitvoerende macht (het Rijk) nog sterker. De waarschuwing van in ‘t Veld is dus terecht.
Voor echte ontkokering en werkelijke vernieuwing moet de politiek het voortouw nemen, dit kan en màg niet worden overgelaten aan de Secretarissen Generaal. De politiek (d.w.z. een brede coalitie van politieke partijen van Groen Links tot en met de VVD) moet de taken van de overheid opnieuw benoemen en vervolgens de Rijksoverheid opnieuw inrichten. Het is volstrekt duidelijk dat het aantal departementen fors moet worden verminderd en dat de bezetting van de nieuwe vijf, zes of zeven kerndepartementen slechts een fractie hoeft te bedragen van de huidige bezetting: het gaat niet om 5% minder, maar om een reductie van 90% van het aantal rijksambtenaren. Dat levert werkelijk ontkokering en een structurele efficiencywinst op de kosten van het overheidsapparaat op van 7 tot 10 miljard euro, los van een betere, integrale beleidsvorming en aanvullende efficiencyverbeteringen door een betere coördinatie en sturing van de uitgaven aan projecten en overdrachtsuitgaven. En de positie van de volksvertegenwoordiging wordt aanzienlijk versterkt. De Tweede Kamer zal dan eindelijk kunnen gaan debatteren over hoofdzaken, in plaats van over incidenten en lokale kwesties.
De politiek moet Kuijken in de media het zwijgen opleggen. En zijn verantwoordelijkheid nemen.
Gijs van Loef is columnist bij Radio Politiek en auteur van “ De kloof voorbij – een visie op de toekomst van Nederland”. Zie ook www.gijsvanloef.nl.
|